Hof 29a
hier woonde
MAURITS VAN TIJN
vermoord ergens in Polen
op 1944-03-31

Maurits Van Tijn wordt in Amsterdam geboren op 22 november 1919. Zijn wieg staat op de Nieuwe Achtergracht 132. Zijn vader, Arie Izak Van Tijn, is koopman van beroep en geboren in Amersfoort. Maurits moeder is Elizabeth Polak, afkomstig uit Meppel. De familie Van Tijn geniet in de jaren voorafgaand aan de oorlog grote bekendheid als eigenaar van het Eerste Amersfoortsch Warenhuis op de Hof nr. 29a en 29b. Dit warenhuis is in Amersfoort de eerste winkel die een breed assortiment artikelen te koop heeft, variërend van galanterieën tot huishoudelijke artikelen en speelgoed.

Maurits heeft een ouder zusje, Etty genaamd. Zij is een jaar eerder in 1918 geboren. In april 1920, Maurits is dan een half jaar oud, vertrekt het gezin definitief naar Amersfoort en vindt een onderkomen in de Pepersteeg 2, een smalle straat tussen de Krommestraat en de Hof, die in hetzelfde jaar omgedoopt wordt tot Peperstraat. In respectievelijk 1921 en 1922  krijgt Maurits er nog twee zusjes bij: zij heten Aleida en Isidora. In die tijd verhuist het gezin naar de Hof nr. 29, een locatie waar de kinderen van Tijn ongetwijfeld vele uren spel beleefd hebben. 

Aantekeningen uit dagboek

Van Maurits jeugd is weinig bekend. We moeten het voorlopig doen met de schaarse aantekeningen uit het dagboek van een Joodse overlevende uit Amersfoort, geboren in het jaar 1931. Zij herinnert zich dat Maurits en zijn zusjes regelmatig op bezoek komen en dat Maurits (zij noemt hem liefkozend Mauke) haar dan welterusten komt zeggen. Ook is er de summiere mededeling in de lokale krant van het jaar 1933, waarin staat dat Maurits bevorderd is tot het 2e jaar van de Gemeentelijke Handelsschool. Nadere informatie ontlenen we aan de kaart van de Joodse Raad waarop te lezen is dat Maurits het diploma van de 4-jarige Handelsschool heeft en bekwaam is op de onderdelen steno, handels-Engels en handelscorrespondentie. Ook vermeldt de kaart zijn eerdere werkzaamheden als procuratiehouder bij een metaalwarenbedrijf.

Veelvuldig verhuizen

Maurits archiefkaart uit het Amsterdams Stadsarchief biedt enig inzicht in Maurits nogal turbulente woongeschiedenis. In 1938 woont hij in Amersfoort, eerst nog in de Pascalstraat nr. 19 en in mei van hetzelfde jaar kort op het ouderlijk adres aan de Hof nr. 29. Vervolgens vindt hij een woning aan de Bloemveldlaan in Haarlem, keert in juni 1940 kort terug op het adres van zijn ouders, om in augustus al weer terug naar Haarlem te verhuizen. In 1941 verhuist Maurits naar Amsterdam en woont daar, aldus genoemde persoonskaart, achtereenvolgens op de Keizersgracht, de Vechtstraat en de Tugelaweg 129III in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. Mogelijk is de oorlog en de toenemende Duitse terreur tegen de Joodse bevolking mede debet aan Maurits veelvuldig verhuizen. 

Actief in het verzet

Op 25 maart 1942 trouwt Maurits met Elizabeth Van der Lijn. Zij is in 1918 in Amsterdam geboren. Haar Amsterdamse archiefkaart vermeldt dat haar beroep aanvankelijk kantoorbediende is. In 1942 is zij werkzaam is als kantinebediende voor de Joodse Raad. Voor zover we kunnen nagaan wonen Maurits en Elizabeth samen op de eerder genoemde adressen Vechtstraat en Tugelaweg. Het is overigens goed mogelijk dat zij elkaar via hun werk voor de Joodse Raad hebben leren kennen. Verschillende bronnen, waaronder het al eerder genoemde dagboek, geven te kennen dat Maurits niet alleen voor de Joodse Raad werkt, maar bovendien vanuit die functie actief is in het verzet. Zo is er een bron die melding maakt van het feit dat Maurits werkzaam is de Schouwburg (wellicht is de Hollandse Schouwburg bedoeld) en in die hoedanigheid Joden ondersteuning biedt. Tegelijkertijd bericht een andere bron dat Maurits als controleur chef werkt in de kantine op de Vening Meineszkade (de naam die de Duitse bezetter in de oorlog aan de Sarphatiekade geeft).

Dreiging niet ontlopen

Omdat Maurits voor de Joodse Raad werkt lijkt hij aanvankelijk gevrijwaard van deportatie. Maar ook hij kan de naderende dreiging niet ontlopen. Op 29 september 1943 wordt hij opgepakt en in kamp Westerbork (barak 63) geïnterneerd. Een maand later, op 19 oktober om precies te zijn, gaat hij op transport naar een onbekende bestemming in Polen waar hij in 1944 om het leven komt. Ook Maurits’ ouders, Arie Izak van Tijn en Elizabeth Polak, en de drie zussen Etty, Isidora en Aleida, vinden de dood in de holocaust. 

Elizabeth, de vrouw van Maurits, overleeft de oorlog en woont na de oorlog korte tijd op de Bisschopsweg in Amersfoort. In 1945 hoopt zij nog, via een advertentie in het Nieuw Israëlitisch Weekblad, inlichtingen over Maurits te verkrijgen. Het heeft niet zo mogen zijn.

Ter nagedachtenis aan Maurits en zijn verzetsactiviteiten is in Amersfoort in de wijk Rustenburg het M. Van Tijnpad naar hem genoemd.