Schimmelpenninckstraat 35-boven: Martinus Hendrikus van de Weem

Schimmelpenninckstraat 35-boven
hier woonde
MARTINUS HENDRIKUS VAN DE WEEM
vermoord in Dora-Nordhausen
op 9-3-1945
44 jaar oud

De zes maanden oude baby Sjelomo Hamburger was
vanaf augustus 1942 veilig op de zolder bij Martinus
Hendrikus. Bijna twee jaar later werd het jongetje
ontdekt en een paar maanden later vermoord in
Auschwitz. Zijn schuilplaatsverlener werd als straf
naar het werkkamp Dora gebracht waar hij onder
barre omstandigheden V-wapens moest maken.

Martinus Hendrikus van de Weem werd geboren 24-3-1900. Zijn vader was Lambertus Theodorus van de Weem, zijn moeder was Johanna Geertruida Boerssen. Hij had een relatie met Maria Johanna van Weerhorst. Hij werkte als typograaf. Hij zou ook nog hebben gewerkt als bioscoopexploitant.

Sjelomo Hamburger
Sinds augustus 1942 liet Van de Weem de baby Sjelomo Hamburger bij hem onderduiken op zijn zolderkamer. Sjelomo was het kind van Samuel Hamburger en Marianne van Straten, die beiden vermoedelijk de oorlog hebben overleefd. Twee jaar later ontdeket een Amersfoortse politieman het kind in de Schimmelpenninckstraat. Het slechts twee jaar oude kind werd naar Westerbork gebracht op 19 juni 1944. Hij werd op 3 september 1944 met, het drie na laatste, transport nummer 100 naar Auschwitz gebracht en op 6 september vermoord.

Sachsenhausen en Dora
Van de Weem, de schuilplaatsverlener werd op 8-6-1944 in Amsterdam gearresteerd en op 6-7-1944 naar Kamp Vught gebracht (met gevangenen-nummer 10552 blok 18 B). Vervolgens werd hij op 6-9-1944 naar Sachsenhausen gedeporteerd. Hij moest werken in de vliegtuigfabriek van Heinkel. De gevangenen werden ingezet voor dwangarbeid maar werden ook onderworpen aan medische experimenten. Gevangenen werden opzettelijk grote wonden toegebracht om de genezing te bestuderen en kinderen werden besmet met hepatitis B teneinde de veranderingen in de lever te volgen. Van de Weem had gezondheidsklachen, hij leed aan spataderen. Half januari 1945 werd Van de Weem weer op transport gezet, nu naar het werkkamp Mittelbau-Dora. Dit kamp lag nabij Nordhausen, ten zuiden van het Harz-gebergte, waar ook al het Buchenwald kamp lag. Het belangrijkste doel van kamp Dora was het inzetten van goedkope arbeidskrachten voor de wapenindustrie, voornamelijk in de productie van V1’s en V2’s.
De aanleiding voor de bouw van dit concentratiekamp, was het bombardement op Peenemünde in de nacht van 17 op 18 augustus 1943, waarbij het proefstation voor de ontwikkeling van raketwapens werd getroffen. Hierop werd besloten de productie van raketten te verplaatsen naar ondergrondse fabrieken. In de berg Kohnstein nabij Nordhausen was door de ontginning van anhydrietgesteente al een uitgebreid gangensysteem ontstaan. Concentratiekampgevangenen moesten de mijngangen vergroten en verbouwen tot een rakettenfabriek, het zogenaamde ´Mittelwerk´. Vanaf januari 1944 werden in dit bedrijf, waarvan het Rijk eigenaar was, de door Joseph Goebbels aangekondigde vergeldingswapens (V-wapens) gemaakt.
Om de bouwwerkzaamheden te kunnen uitvoeren, deporteerde de SS, mensen uit talrijke landen die door de Duitsers bezet waren. Deze dwangarbeiders werden, dag en nacht, in de mijngangen opgesloten. Velen van hen stierven al na een paar weken vanwege de verschrikkelijke werk- en leefomstandigheden. In het voorjaar van 1944 werd een bovengronds barakkenkamp gebouwd.
Op het geschatte totaal van 60.000 gevangenen in Mittelbau-Dora werden er 12.000 doden geteld door de nazi’s, maar het ware aantal slachtoffers werd op ten minste 20.000 geschat. Daarbij werden ook de luchtaanvallen en de dodenmarsen (1945), de evacuatie van het kamp, geteld.
Van de Weem overleed een half jaar na zijn deportatie naar het werkkamp, 44 jaar oud op 9-3-1945.
In Rustenburg is er een Van de Weemplein. Op 30 april 2015 werd een Herdenkingssteen geplaatst voor zijn laatste woonadres in Amersfoort, op de Schimmelpenninckstraat 35-boven.

.