Regentesselaan 22
hier woonde
REBEKKA PEPER-DE JONG
overleden in Amsterdam
op 05-12-1942

vlnr: Wolf, kleindochter Maud, kleinzoon Wolff en Rebekka Peper-de Jong

Rebekka de Jong wordt op 10 juni 1879 geboren in het Overijsselse Haaksbergen. Het gezin telt tien kinderen: acht meisjes en twee jongens. De ouders zijn Hartog Salomon Simon de Jong, van beroep koopman, en Eva Israël Philips. Zij moeten het vroegtijdig overlijden van vijf van de kinderen betreuren. 

Echtpaar Peper-de Jong

Rebekka trouwt 15 oktober 1907 met Wolf Peper wonend in Hilversum. Wolf is geboren in Amsterdam en van beroep koopman. Het huwelijk vindt plaats in Borculo. Volgens de akte van de burgerlijke stand is Rebekka zonder beroep. Zij is 28 jaar, vier jaar ouder dan Wolf. Het echtpaar gaat in Hilversum wonen waar Wolf, blijkens een bericht in de Gooi- en Eemlander van 3 juli 1903, van de kantonrechter toestemming krijgt voor de uitoefening van een sigarenfabriek. Rebecca en Wolf krijgen twee kinderen. Op 23 oktober 1908 wordt dochter Marie-Evalina geboren en vijf jaar, in 1913, volgt hun zoon Hartog Jacob Henri.

Gezinsleven

Op 17 juli 1918 verhuizen Rebekka, Wolf en hun twee kinderen naar Amersfoort waar zij een huis betrekken in de (Lange)Bergstraat. Rebekka’s schoonouders, Jacob Peper en Maria Mok wonen op hetzelfde adres. In 1928 staat het gezin ingeschreven op de Koninginnelaan nr. 21, tegenwoordig Koningin Wilhelminalaan geheten. De schoonouders verhuizen mee. In 1929 overlijdt Rebekka’s schoonvader, Jacob Peper en een jaar later haar schoonmoeder, Maria Mok. In die tijd, het is 1930, wonen Rebecca en Wolf op de Barchman Wuytierslaan nr. 16. Zij wonen daar tot 1938, het jaar waarin zij hun intrek nemen op de Regentesselaan nr. 22, het adres waar Rebekka’s zoon Hartog al in 1936 geregistreerd staat.

Bekende Amersfoorters

Over het leven van Rebekka is weinig bekend. Aannemelijk is dat zij deelt in de zakelijke zorgen van Wolf die zich in de loop van de jaren ‘20 en ‘30 ontwikkelt tot een geslaagd zakenman en een bekende inwoner van de stad Amersfoort. Hij runt enkele sigarenkiosken in Amersfoort, waar ook kranten, tijdschriften en chocolaterieën verkrijgbaar zijn. Daarnaast exploiteert Peper het café-restaurant ‘Tramstation’, gelegen aan het stationsplein. In 1934 opent hij een nieuw restaurant, ‘De Pergola’, tegenover het stationsplein, op de Barchman Wuytierslaan. Rebekka’s kinderen vinden tegen die tijd hun eigen weg. Marie-Evalina treedt 20 november 1933 in het huwelijk met Salomon Cohen. Hartog treedt twee jaar later, op 16 januari 1935, in het huwelijk met Lilli Eschwege, afkomstig uit Saarlouis, Duitsland. Het echtpaar gaat op de Regentesselaan nr. 22 wonen. 

Hartpatiënt

Na het uitbreken van de oorlog in 1940 blijft de Duitse repressie van Joodse inwoners aanvankelijk beperkt. In 1941 nemen de anti-Joodse maatregelen echter hand over hand toe. In september 1942 worden Rebekka en Wolf gedwongen naar Amsterdam te verhuizen. Zij vinden een onderkomen aan de Muiderschans nr. 35. Rebekka, die al eerder hartklachten vertoont, wordt in het ziekenhuis opgenomen en overlijdt niet veel later op 5 december 1942. Zij vindt haar laatste rustplaats op de Joodse Begraafplaats in Diemen. Het is niet met zekerheid te zeggen, maar het lijkt aannemelijk dat de spanning van de repressie en de gedwongen verhuizing haar te veel is geworden. Gelukkige heeft zij geen weet van het treurige lot dat haar man en dochter te wachten staat. Wolf wordt naar Sobibor gedeporteerd en sterft daar op 21 juni 1943. Ook haar dochter, Marie-Evalina, wordt samen met haar man Salomon Cohen en hun drie jonge kinderen naar Sobibor weggevoerd. Zij vinden allen de dood op 2 juli 1943.

Zoon Hartog overleeft de oorlog

Rebekka’s zoon Hartog weet de oorlog, samen met zijn vrouw Lilli Eschwege en twee kinderen, te overleven door onder te duiken. Hartog en Lilli vinden een schuilplaats boven de garage van Kimman aan de Barchman Wuytierslaan. De kinderen, Maud en Rita, krijgen onderdak eerst in Oldebroek en later in Elburg. Na de oorlog emigreert Hartog met zijn gezin naar Amerika. Maud , inmiddels in de tachtig, is nog altijd actief voor het New Jersey Holocaust Memorial Commitee. In 2013 publiceert zij een boek over haar oorlogsgeschiedenis met de titel ‘Chocolate, a Taste of Freedom’, als herinnering aan die eerste ervaring bij de bevrijding toen ze een stukje chocola kreeg.