Timorstraat 17
hier woonde
HERMINE NOAH-GOLDSCHMIDT
vermoord in
op 09-04-1943

Hermine Noah-Goldschmidt is op 7 januari 1881 geboren in Gostini, Letland. Ze trouwt op 1 maart 1901 met Siegbert Noah. Op 29 januari 1902 wordt hun dochter Charlotte geboren en op 22 februari 1907 ziet zoon Kurt het levenslicht. Siegbert overlijdt in februari 1922.

Naar Amersfoort

Eenmaal volwassen gaat Kurt werken bij het warenhuis Tietz, het latere Westduitse Galeria Kaufhof A.G. Vanwege het groeiend antisemitisme in zijn geboorteland wil Kurt naar Nederland emigreren, maar zonder werk is vestiging in Nederland onmogelijk en hij solliciteert vanuit Berlijn bij de firma Ph. Knorringa in Groningen. Op 21 februari 1934 kan hij er aan de slag. In de herfst van dat jaar trouwt hij met Herta, en zij kan zich dan bij hem voegen.  Eind 1937 besluiten ze omwille van werk naar het midden van het land, naar Amersfoort, te verhuizen.

Nog een kort berichtje

Voor Hermine is de Kristallnacht van november 1938 en de daaropvolgende pogrom tegen de Joden in Berlijn de aanleiding om ook naar Nederland te vertrekken. Begin 1940 gaat ze voorlopig bij Kurt en Herta wonen. Eind december 1941 vindt ze onderdak bij de weduwe H. de Man in de Timorstraat 17, waar ze tot eind augustus 1942 blijft. Hermine moet Amersfoort echter gedwongen verlaten, want alle Joden boven de vijftig worden eind 1942 verplicht naar Amsterdam te verhuizen. Ze komt terecht in de Muiderstraat 33huis, waar een ghetto is voor Joden boven de 50 jaar. Hier woont ook Sybilla Sommer-Appel. Vandaar wordt Hermine overgebracht naar de Hollandsche Schouwburg. Op woensdag 10 maart 1943 stuurt ze nog een kort berichtje met de mededeling dat ze vrijdag 12 maart naar kamp Westerbork gaat. Op 6 april 1943 wordt ze op transport gesteld naar het vernietigingskamp Sobibor, waar ze na aankomst op 9 april 1943 direct om het leven is gebracht. 

In de achtertuin van Timorstraat 17. Rechts: Hermine Noah-Goldschmidt, zittend: Sybilla Sommer-Appel.

Kinderen

Hermine heeft nooit geweten dat haar dochter Charlotte en haar man Arthur al op 19 februari 1943 vanuit Berlijn met een ‘Osttransport’ zijn gedeporteerd. Van hen is nooit meer iets vernomen. Zoon Kurt overleeft als enige van het gezin de oorlog. Hij overlijdt op 27 maart 1994 op 87-jarige leeftijd.

Veel dank aan de familie voor de foto’s en de bijdragen aan deze familiegeschiedenis.