Celsiusstraat 35
hier woonde
SIMON ESCHWEGE
vermoord in Sobibor
op 07-05-1943

Hier woonde Simon Eschwege, geboren op 11 augustus 1879 in Kleinsteinach in Duitsland. Simon is de zoon van Asher Adolf Eschwege en Eugenie Eschwege Klein. Vader Eschwege is geboren op 15 oktober 1850 in Fulda in Duitsland en van beroep rabbijn en hoofdleraar op een school in Thüngen, een kleine plaats in Beieren. Moeder Eschwege is geboren op 27 november 1850 in Colmar, Frankrijk. Vermoedelijk brengt Simon de eerste jaren van zijn leven door in Thüngen, ook de geboorteplaats van Simons jongere broers en zussen. Het gezin Eschwege is groot: tien kinderen in totaal.

Brandweerman, leraar en cantor

Simon is nog maar een jonge man, 22 jaar oud, als hij lid is van de vrijwillige brandweer in Saarlouis. Voor de brandweerkazerne op de Titzstrasse ligt een herdenkingssteen ter nagedachtenis aan Simon Eschwege. Als Simon 31 jaar is, treedt hij in het huwelijk met Meta Sara Oppenheimer. Het huwelijk wordt op 13 februari 1911 voltrokken in Bad Nauheim, de geboorteplaats van Meta. Zij wordt daar op 7 januari 1882 geboren. Simon en Meta krijgen één dochter, Lilli. Zij komt  op 31 december 1911 in Saarlouis ter wereld. In zijn werkzame leven is Simon leraar joodse religie en cantor. Ook is hij lid van een liefdadigheidsvereniging: Chewro G’millus Chassodim.

Ontmoeting

De familie Eschwege woont begin jaren ‘30 op Sophienstrasse 126 in de wijk Bockenheim, een stadsdeel van Frankfurt. Het laatste adres in Frankfurt, voordat Simon en Meta naar Nederland vluchten, is Jügelstrasse 13. Begin jaren ’30 bezoekt Simons dochter Lilli vrienden van haar ouders in Nederland. Daar ontmoet zij Hartog Peper. Later zal nog blijken dat Hartog een belangrijke rol gaat spelen in het leven van Simon en Meta. Op 16 januari 1935 treden Lilli en Hartog in het huwelijk. Lilli is nu Nederlandse en staat per 16 mei 1933 geregistreerd in Amersfoort. Lilli en Hartog betrekken een huis aan Barchman Wuytierslaan 16 in Amersfoort. Hun eerste dochter Maud wordt geboren in januari 1936. Dochter Rita wordt geboren in februari 1938.

Te gevaarlijk

In januari 1939 ontvluchten Simon en Meta, met de hulp van Hartog, Duitsland. Hartog reist na de Kristallnacht in november 1938 vanuit Nederland naar Frankfurt om terug te komen met Simon en Meta. Simon is dan al driemaal opgepakt door de nazi’s, maar door een onverklaarbaar geluk ook weer vrijgelaten. Duitsland is te gevaarlijk om langer te blijven.

Actieve bijdrage in Amersfoort

Simon en Meta trekken in bij Lilli en Hartog. Eerst op de Barchman Wuytierslaan en vanaf augustus 1940 op Celsiusstraat 35, samen met hun hulp Céline Kanteman-Seijffers. Ondanks de moeilijke omstandigheden die de oorlog ongetwijfeld met zich meebrengt, is Simon ook in Nederland actief in het verenigingsleven. Hij is koorleider van gemengd koor ‘Nut en Genoegen’, dat Joodse liederen ten gehoor brengt. Ook speelt Simon een belangrijke rol bij de opvang van jonge Duitse vluchtelingen in het Bondshuis van de Nederlandse ProtestantenBond Soesterberg. Simon geeft de vluchtelingen les in godsdienstleer en Nieuw-Hebreewsch en gaat hen voor in de sjoeldiensten. De waardering vanuit de Protestantste gemeenschap is groot.

Geen onderduikadres

In september 1942, wanneer talloze anti-Joodse maatregelen als verordening uitgevaardigd worden, registreren Simon en Meta zich gedwongen in Amsterdam aan Waterlooplein 110-III. Lilli en Hartog duiken al in juli 1942 onder, evenals hun kinderen en overleven de oorlog. Voor Simon en Meta is geen onderduikadres en slaat het noodlot toe. Op 30 april 1943 vindt het transport van Simon en Meta naar kamp Westerbork plaats. Vier dagen later, op 4 mei 1943, worden Simon en Meta met transport 10 gedeporteerd naar kamp Sobibor in Polen, waar zij op 7 mei 1943 vermoord worden. Simon is dan slechts 63 jaar.