hier woonde
SAMUEL BERMANN
vermoord in Auschwitz
op 1943-02-05
Samuel Bermann wordt op 28 april 1872 geboren in het gezin van Bernhard Issachar Mordechai Bermann en Johannetta Bermann, een wijnbouwersfamilie in Osann aan de Moezel, vlakbij Trier. Zijn leven eindigt op 5 februari 1943 in de gaskamers van Auschwitz.
Uit de memoranda van de verschillende websites die het verhaal van zijn leven vertellen rijst het beeld op van een echte ondernemer en een actief en betrokken burger. In 1908 bouwt hij in Ludweiler een woon- en bedrijfsgebouw. Vanuit de winkel verkoopt hij onder meer textiel, werkkleding en meubels. Hij trouwt drie keer. Flora Weil, zijn eerste vrouw, is vermoedelijk in het kraambed gestorven bij de geboorte van hun zoon Friedrich (Fred). Enkele jaren later trouwt hij Johanna Schönberg met wie hij drie zonen krijgt: Ludwig, Kurt en Walter. Zijn derde bruid is Gertrude Hirsch en met haar krijgt hij zijn jongste zoon Julius.
Van held naar uitgestotene
In de Wereldoorlog van 1914-1918 vecht Samuel als soldaat voor zijn vaderland Duitsland. Hij raakt zwaargewond en krijgt later voor betoonde heldenmoed het IJzeren Kruis opgespeld.
In de turbulente decennia daarna verandert het leven in zijn vaderland drastisch en als in 1933 de nazi’s aan de macht komen zijn Joden er hun leven niet meer zeker. Na het Saar-referendum in 1935 waarbij, dankzij de felle nazipropaganda, 91% van de kiezers aangeeft dat de Saar bij Duitsland hoort, besluit Samuel te vertrekken uit Duitsland.
Vlucht naar Nederland
In 1936 verkoopt hij zijn huis in Ludweiler en samen met Gertrude en Julius stapt hij in de trein naar Nederland. Zijn andere zonen zijn al naar het buitenland gevlucht. In Nederland woont het gezin eerst een paar jaar aan de Korte Hartweg in Soest, maar in februari 1937 laat hij iedereen inschrijven op het adres Sint Radboudstraat 28 in Amersfoort. Over zijn leven in de nieuwe woonplaats zwijgen de archieven. Een actief leven zal het niet meer geweest zijn want hij is al eind zestig. Voor zijn 70ste verjaardag, op 28 april 1942, plaatst de familie een kleine advertentie in het Joodsche Weekblad. Misschien is die dag gevierd in het gezelschap van zijn jongere broer Leon en zijn gezin die in 1939 ook naar Nederland zijn gevlucht. Maar in 1942 is Nederland voor Joden al lang geen veilige haven meer, want na de bezetting in de meidagen van 1940 voeren de nazi’s ook hier hun anti-Joodse maatregelen stapsgewijs en onverbiddelijk door.
Deportatie
Aan het begin van de zomer van 1942 zijn de eerste massale deportaties naar de vernietigingskampen begonnen. Samuel moet op 27 januari 1943 gedwongen van Amersfoort naar Amsterdam verhuizen, naar de Sint Anthoniebreestraat 58-I. Van de ‘Inventarisliste’ van de Möbel Aktion is op te maken dat hij de complete inboedel van zijn huis in de Sint Radboudstraat heeft moeten achterlaten. Zijn registratiekaart van de Joodse Raad weerspiegelt de wanhopige situatie daarna. Op 29 januari is hij vervolgens vanuit Kamp Vught overgebracht naar Westerbork. Zijn zoon Walter blijft proberen vanuit het King Davidhotel in Jerusalem in contact met hem te komen via de Joodsche Raad. De aantekeningen op zijn registratiekaart zijn daarvan stille getuigen. Op 5 februari: een aantekening over een mogelijke emigratie naar Palestina, op 14, 15 en 17 februari is er opnieuw contact geweest, nu vermoedelijk via het emigratiebureau van het Rode Kruis. Er wordt nog gevraagd naar sleutels van het huis. Hierna is de kaart van een rode dwarse aantekening voorzien: ‘tp 2-2-43’, ofwel ‘op transport op 2 februari 1943’.
Samuel Bermann is op die datum samen met zijn vrouw Gertrude gedeporteerd naar Auschwitz. Bij aankomst, op 5 februari 1943, is hij daar direct vergast. Twee van zijn zonen, Kurt en Julius, hebben al eerder eenzelfde lot ondergaan.
Overlevenden
Zijn drie zonen Ludwig, Walter en Friedrich weten de Sjoa buiten Duitsland te overleven. Friedrich keert na de oorlog uit ballingschap terug naar Saarland, samen met zijn vrouw en zijn zoon Richard. Richard wordt al op jonge leeftijd voorzitter van de Saarlandse Synagogegemeenschap. Hij is een onverschrokken voorvechter en bestrijder van antisemitisme, maar ook een verzoener. Richard overlijdt in 2025.


